
Afgelopen week was het weer eens zover: een motie van wantrouwen tegen premier Rutte. En net als alle andere keren overleefde de minister-president deze. Het krachtige middel om onvrede te uiten op het huidige beleid lijkt verworden tot een toneelstukje dat eens in de zoveel tijd wordt herhaald. Iets dat zeker niet bijdraagt aan het herstellen van het vertrouwen in de politiek. En communicatief gezien ook niet handig. Hoe zit dat precies?
Wat is de motie van wantrouwen?
Met een motie van wantrouwen geeft de Tweede Kamer aan dat er niet langer vertrouwen is in een individuele staatssecretaris of minister of het gehele kabinet. Krijgt de motie een meerderheid in het parlement, dan kan de bewindspersoon niet anders dan hier consequenties aan verbinden en dus op te stappen. Echter, wanneer er geen meerderheid voor de motie is, hoeft de persoon tegen wie de motie gericht is niet per se actie te ondernemen. Naast de motie van afkeuring is wantrouwen uitspreken één van de krachtigste middelen in de kamer om aan te geven dat er iets echt verkeerd gaat. En omdat het zo’n krachtig middel is, dien je het met beleid en zorgvuldigheid in te zetten om impact te maken.
Moties, moties, moties
Afgelopen week dienden zowel Jesse Klaver als Wybren van Haga een motie van wantrouwen in tegen Mark Rutte. Ditmaal over de gasboringen in Groningen en hoe het kabinet onvoldoende heeft opgetreden toen al bekend was dat de boringen schade zouden opleveren. Er was niet genoeg steun voor de moties en dus kon de minister-president door. Maar met de acties van Klaver en Van Haga kwam de teller van moties van wantrouwen voor dit jaar al op zeven. Sinds 2010, het jaar dat Rutte premier werd, werden er maar liefst 95 moties ingediend. Een enorm aantal, zeker als je het vergelijkt met de 28 moties van wantrouwen in de anderhalve eeuw daarvoor. Het lijkt erop dat het stevige en kritische debat steeds vaker wordt ingeruild voor het krachtige wantrouwensmiddel. Maar is dat middel nog wel zo krachtig?
Nieuwswaardigheid: iets moet nieuw zijn
Verschillende factoren bepalen of iets nieuwswaardig is. Bijvoorbeeld of iets in jouw nabijheid gebeurt, wat de impact is of de significaties. Met andere woorden, hoe groot een gebeurtenis is. Verreweg de belangrijkste factor is dat iets nieuw moet zijn. Oftewel, als iets te vaak gebeurd, is het minder nieuwswaardig. Sommige politici maken er een sport van om zoveel mogelijk moties in te dienen. Sinds 2004 heeft Geert Wilders 37 moties van wantrouwen ingediend. En dan dienden andere leden van zijn partij ook nog moties in. En Wybren van Haga diende er zeven in sinds 2021, minimaal 2 per jaar. Natuurlijk komen moties van wantrouwen nog wel in het nieuws, maar de impact van zo’n nieuwsbericht wordt steeds kleiner. Mensen haken af omdat het te vaak gebeurd en niet onbelangrijk: slechts één keer in de geschiedenis is een dergelijke motie aangenomen. Kortom, het veelvuldig indienen lijkt eerder partijpolitiek en voor de bühne dan dat het daadwerkelijk indruk maakt.
Minder is meer
Op de vraag of het niet een beetje uit de hand loopt met de moties van wantrouwen antwoordde Caroline van der Plas laatst dat er ook gewoon veel misgaat. Dat mag ze natuurlijk vinden, maar dan nog is het verstandig om een klein beetje te minderen met de moties van wantrouwen. Less is more gaat in dit geval zeker op om ook daadwerkelijk impact te maken. Partijen als de SGP, PvdA en GroenLinks hebben in het verleden nauwelijks moties van wantrouwen ingediend. Wanneer ze dat wel zouden doen, weet het publiek dat er dus echt iets mis is. En daarmee zorg je voor meer impact en nieuwswaardigheid dan wanneer je bij wijze van spreke iedere week een dergelijke motie indient.
Tijd voor verandering?
Communicatief gezien heeft het dus weinig zin om iedere keer moties in te dienen. Daarmee verliest het krachtige middel aan waarde en zeggingskracht en je bereikt het grote publiek er steeds minder mee. Tegelijkertijd worden deze moties vrijwel nooit aangenomen. Daarom hebben ze in Duitsland de regels ook veranderd. Wil je het daar een motie van wantrouwen tegen het gehele kabinet indienen, dan moet je er direct een voorstel voor een alternatieve coalitie bij leveren. Resultaat? Minder moties van wantrouwen. En als ze ingediend worden, maken ze meer impact en leeft het ook meer bij het publiek. Wellicht een idee?
Meer weten over dit onderwerp of andere artikelen op deze site? Stuur me een mail.
Bronnen
Shoemaker, P. J., Danielian, L. H. & Brendlinger, N. (2011). Deviant acts, risky business and U.S. interests: The newsworthiness of world events. Journalism & Mass Communcation, 68, 781-795.