‘Ja, dat herken ik!’ Meepraten dankzij mentale beelden

Mentale beeldenHet komt je vast bekend voor. Je vertelt over een vakantie of iets anders leuks en je gesprekspartner zegt ineens: ‘Dat lijkt me ontzettend leuk’ of ‘Dat lijkt me helemaal niets’. Maar waar baseert hij of zij dat op? Puur en alleen op jouw verhaal? Of is er meer aan de hand? Waarom lijkt het zo eenvoudig om over alle onderwerpen mee te praten ook al weet je er niets van of ben je er nog nooit geweest? Dat komt door de mentale beelden die we maken van onze wereld. Mentale beelden? Ik leg het je uit.

Public opinion

In 1922 beschreef Walter Lippmann in zijn boek ‘Public opinion’ de discrepantie tussen de echte wereld en de wereld zoals wij die beleven en waar we ons naar gedragen. Hij stelt dat verreweg het grootste deel van wat we weten over onze omgeving indirect tot ons komt. Desondanks doen we bij alles wat we ‘echt’ of ‘waar’ vinden alsof we er zelf bij zijn geweest. We creëren mentale beelden op basis van eerdere ervaringen en kunnen daarom feilloos meepraten met iemand anders. Echter, daarbij is niet gezegd of ons mentale beeld van de wereld altijd klopt.

Het enige gevoel

Lippmann (1922) schrijft ook dat het enige gevoel dat we kunnen hebben bij een evenement waar we niet bij waren het mentale beeld van dat evenement is. Oftewel, ook al ben je ergens niet bij, met het creëren van een mentaal beeld kun je toch gevoel bij een gebeurtenis oproepen. En het bijzondere is, vervolgens baseren we ons gedrag op onze mentale beelden ongeacht of we ergens bij zijn geweest of niet. Volgens Lippmann maken we daarbij geen onderscheid tussen fictie of realiteit.

Gedrag op basis van mentale beelden

En daar zit natuurlijk wel een lastig punt. Immers, we baseren ons gedrag op representaties van de wereld die we zelf gemaakt hebben. En als jouw mentale beeld van een gebeurtenis niet strookt met de werkelijkheid, sluit het gedrag daar dus ook niet op aan. Met als gevolg problematische situaties en miscommunicatie. Toch stelt Lippmann dat het logisch is dat we die mentale beelden maken. Het universum is nu eenmaal te groot om alles zelf te ervaren, dus maken we representaties van situaties waar we niet bij zijn geweest.

Drie factoren

Het creëren van mentale beelden is niet iets wat we alleen zelf doen. We baseren onze mentale beelden op een aantal factoren. Ten eerste, wat we van anderen horen heeft grote invloed. De omschrijving van een gebeurtenis of een locatie helpt bij het construeren van een beeld bij het verhaal. Ten tweede, onze eigen ervaringen. We zijn voortdurend bezig met het plakken van eerdere ervaringen op een nieuw verhaal. Op die manier kun je je namelijk beter inleven en wordt het een stuk concreter. Ten derde kijken we naar onze eigen waarneming. We proberen in de directe omgeving aanknopingspunten voor een verhaal te vinden zodat we het verhaal makkelijker kunnen verwerken.

Meepraten dankzij mentale beelden

Wanneer je deze drie dingen combineert, krijg je best een goed beeld van wat iemand vertelt. En is het dus ook gemakkelijker om mee te praten of je gedrag op het verhaal af te stemmen. Immers, het is bijna alsof je er zelf bij bent geweest. Toch vind je het soms vervelend dat iemand net doet of hij alles weet. Ben je net zo lekker aan het vertellen, komt de volgende de pret verstoren door te zeggen wat hij ervan vindt.

Realiteit versus fictie

Hierbij moet je één ding niet vergeten. Als hij ergens niet is geweest, maakt hij dus een mentaal beeld in zijn hoofd van ‘hoe het zou kunnen zijn’. Dit hoeft dus niet de realiteit te zijn, maar puur wat jouw gesprekspartner erbij denkt en voelt. Het is cliché, maar je kunt dus gerust stellen dat iemand pas mag oordelen wanneer hij ergens zelf is geweest. Zolang dat niet het geval is, maakt de tegenpartij slechts een projectie van wat jij hem vertelt.

Mentale beelden hebben beperkingen

Lippmann vertelt nog wel dat mentale beelden ook beperkingen hebben. Want wat gebeurt er bijvoorbeeld als we niet alle informatie tot ons krijgen? Denk aan censuur op de televisie of juist propaganda. Of wat dacht je van een gebrek aan sociaal contact? Deze dingen zorgen ervoor dat onze mentale beelden een stuk beperkter worden dan ze zouden kunnen zijn. En dan heb je natuurlijk een vrij klein wereldbeeld. Ook is het gebruik van steeds makkelijker taalgebruik voor het omschrijven van complexe problemen hierbij een probleem. Immers, de complexiteit van de wereld wordt daarmee te simpel voorgesteld met als gevolg dat onze mentale beelden ook simpeler worden.

Conclusie

Onthoud, we hebben meer ‘NIET’ meegemaakt dan ‘WEL’. Dat compenseren we door het maken van mentale beelden en op die manier kunnen we gemakkelijk meepraten of iets ergens van vinden. Bedenk vooral dat dit gebeurt wanneer je met iemand aan het praten bent en voel je niet aangevallen als iemand jouw verhaal onderuit probeert te halen met zijn mentale beeld. We doen het namelijk allemaal!

Meer weten over dit onderwerp of andere artikelen op deze site? Stuur me een mail.

Bronnen

Lippmann, W. (1922). Public Opinion. New York: Macmillan.

Marc Wessels

Ik ben begonnen met de bachelor Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de VU in Amsterdam. Om me meer te verdiepen in bedrijfscommunicatie heb ik de gelijknamige master gevolgd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daar heb ik ook mijn vaardigheden op het gebied van online communicatie en crisiscommunicatie ontwikkeld. Ik verzorg nu de marketingcommunicatie van het Taalcentrum-VU en op deze blog vertaal ik als communicatiespecialist interessante en aansprekende communicatieonderwerpen van de theorie naar de praktijk.