Afgelopen vrijdagavond vond er een terroristische aanslag plaats in de Franse hoofdstad Parijs. Op meerdere plekken tegelijk vonden schietpartijen en explosies plaats met meer dan honderd doden en honderden gewonden. De media waren er als de kippen bij om verslag te doen van de gebeurtenissen. Iets wat alleen maar is toe te juichen, mits dit wel op de juiste wijze gebeurt. De vraag is of dit wel het geval was direct na de aanslagen. In dit artikel laat ik je zien wat de rol van de media, bijvoorbeeld via framing, kan zijn bij de verslaggeving van een aanslag als die in Parijs.
Journalistieke kernwaarden
‘De journalist brengt in de berichtgeving een duidelijk onderscheid aan tussen feiten, beweringen en meningen’ en ‘De journalist verricht zijn werk in onafhankelijkheid.’ Dit zijn twee van de belangrijkste passages uit de Code voor de journalistiek. Het doel van de journalistiek is om op een objectieve en neutrale wijze verslag te doen van wat er gebeurt in de wereld. Daarbij zou een journalist niet overmand moeten worden door emoties of in de berichtgeving het publiek een bepaalde kant op sturen. Toch gebeurt dit voortdurend.
Framing en Agenda Setting
De media hebben grote invloed op de maatschappij via twee bekende communicatietechnieken. De eerste is framing. Framing houdt in dat je als lezer een bepaalde kant op wordt gestuurd door middel van woordkeuze of perspectief. Door op een bepaalde manier de berichtgeving te sturen, worden er emotionele reacties opgeroepen, waaronder angst, verdriet of boosheid (Lazarus, 1991). Daarnaast is Agenda Setting (McCombs & Shaw, 1972) een belangrijk begrip als het gaat om nieuwsmedia. De media bepalen grotendeels waar in de maatschappij over gepraat wordt en kan daarmee ook de publieke opinie sturen.
Ethiek Framing en Agenda Setting
Je kunt je afvragen of technieken als Framing en Agenda Setting passen bij de kernwaarden van de journalistiek: objectiviteit en onafhankelijkheid. Vaak blijkt in de praktijk dat journalisten het niet zo nou nemen met deze waarden. Meer dan eens wordt er wel eens gerept over stemmingmakerij en worden ook media als kranten ingedeeld als ‘links’ of ‘rechts’. Wellicht is het niet de bedoeling van de journalistiek, maar het is ook logisch dat kranten zo nu en dan een statement willen maken en willen laten weten dat ze het ergens absoluut niet mee eens zijn. Wel is het daarbij de vraag of je niet verkeerd bezig bent. Om dit toe te lichten een aantal voorbeelden van voorpagina’s van Franse kranten direct na de aanslagen in Parijs.
Framing in Franse kranten
Bij de Franse kranten is een duidelijk verschil in toon te zien. Zo spreekt Le Figaro van ‘Oorlog midden in Parijs’. Een krachtige term waarbij er duidelijk gekozen wordt voor een ‘niet-neutrale’ manier van verslaglegging. Hetzelfde doet Le Parisien, met een zelfde soort oorlogsverklaring ‘Deze keer is het oorlog’.
Bij de toonaangevende krant ‘Liberatión’ is ook gekozen voor een heftige titel, maar hierbij is al minder gebruik gemaakt van krachttermen. ‘Bloedbaden in Parijs’ komt weliswaar hard aan, maar het is een feitelijke beschrijving van de werkelijkheid, zonder een uitgesproken mening te geven. L’Equipe en La Voix du Nord kiezen ervoor om het gevoel van het publiek te verwoorden in hun titels op de voorpagina’s. L’Equipe heeft het over ‘De verschrikking’ en La Voix du Nord gebruikt ‘de verschrikking in Parijs’. Dit is al een stuk minder agressief dan Le Figaro en Le Parisien, maar verwoordt toch de ernst van de situatie.
Framing in Nederlandse kranten
Ook in Nederlandse kranten speelt framing een rol. Kranten als Trouw en de Volkskrant berichten veel neutraler over de aanslagen in Parijs dan De Telegraaf en het AD. Een titel als ‘Tientallen doden bij terreur in Parijs’ beschrijft alleen wat er gebeurd is, terwijl ‘Slachting in Parijs’ veel heftiger klinkt en doordrenkt is van de mening van de journalist.
Bron: NOS
Advies voor in de praktijk
Juist bij situaties als in Parijs is het belangrijk om de rust te bewaren en groepen niet tegen elkaar op te zetten. Niemand is gebaat bij opruiing aangezien dit de spanningen alleen maar zal doen toenemen. Framing speelt daarin een belangrijke rol. Als krant heb je grote invloed op de stemming in de maatschappij. Ik ben van mening dat je onder dit soort ernstige omstandigheden de morele plicht hebt om op kalme wijze verslag te doen van de gebeurtenissen. Titels als ‘Oorlog in Parijs’ en ‘Slachting in Parijs’ richten zich alleen maar op affectieve (emotionele) reacties als boosheid, woede en wraak. Met als gevolg dat de situatie er niet beter op wordt.
Natuurlijk is het belangrijk om niet gewoon maar toe te kijken en alles te laten gebeuren. Ik vind ook dat je als krant best een statement mag maken, maar daarbij is de woordkeuze wel van essentieel belang. Met een bereik van miljoenen lezers is het laatste wat je wilt dat de spanningen in de maatschappij verder oplopen dankzij jouw manier van berichtgeving. Juist na de aanslagen in Parijs is rust, kalmte en verbondenheid gewenst. Iets wat L’Equipe en La Voix du Nord uitstekend doen, in tegenstelling tot Le Figaro en Le Parisien. Ook de Telegraaf zorgt met haar kop niet voor de gewenste rust van dit moment. Dit werkt nieuwe spanningen juist in de hand.
Meer weten over dit onderwerp of andere artikelen op deze site? Stuur me een mail.
Bronnen
Lazarus, R. S. (1991). Emotion & Adaptation. Oxford: Oxford University Press.
McCombs, M. & Shaw, D. (1972). The agenda-setting function of mass media. Public Opinion Quarterly, 36, 176-187.