Waarom blijft Wie is de mol? zo populair in tijden van Netflix en Videoland?

kijkmotieven wie is de mol?

Afgelopen zaterdag begon het nieuwe seizoen van Wie is de mol? Ook nu weer zat een miljoenenpubliek aan de buis gekluisterd. Wat is het grote succes van dit programma en waarom blijf je kijken zodra je één of twee afleveringen gezien hebt? Zeker in een tijd waarin online streamingdiensten steeds populairder worden. Het heeft te maken met de kijkmotieven van televisie kijken, die al lang geleden opgesteld zijn. En ook het sociale component ‘Wie denk jij dat het is?’ speelt een belangrijke rol.

Wat is Wie is de mol?

Voor wie het programma nog nooit gezien heeft: Wie is de mol is een spelprogramma met 10 deelnemers. Negen daarvan zijn kandidaten die met opdrachten zoveel mogelijk geld proberen te verdienen. Eén deelnemer probeert dat geld verdienen juist te voorkomen, hij of zij is de mol. Aan de deelnemers de taak om tijdens het spel te ontdekken wie de saboteur is, oftewel, wie is de mol? Met het maken van een test aan het einde van elke uitzending moeten de kandidaten antwoorden geven op vragen over de mol. Wie het minst weet, vliegt eruit en moet naar huis. Net zo lang totdat er drie finalisten over zijn, waaronder dus de mol.

Kijkmotieven voor televisie kijken

Al in 1974 zette Bradley Greenberg uiteen dat er verschillende kijkmotieven zijn waarom je televisie kijkt. Bijvoorbeeld ontspanning, een informatiebehoefte, entertainment of sociale interactie. Conway en Rubin (1991) voegden daar aan toe dat we vooral tv kijken om onze verwachtingen en behoeften te vervullen. Willen we graag lekker ontspannen en voldoet een programma aan die behoefte, dan kijkt het lekker weg. Bij Wie is de Mol kun je verschillende kijkmotieven noemen. Eerder gaf ik al aan dat het gaat om entertainment en ontspanning. Maar er is nog een component dat jou aan de buis kluistert: informatie zoeken.

Klopt jouw theorie?

Als je naar Wie is de mol kijkt ga je automatisch meedoen met het spel. Je wilt als kijker ook de mol ontmaskeren. Je probeert kandidaten goed in de gaten te houden tijdens de opdrachten en eventuele hints te linken aan een kandidaat. Vervolgens wil je weten of je op het goede spoor zit. Aan de ene kant zie je dat tijdens de test. Als jouw kandidaatmol afvalt, was dat dus niet het geval. Maar als jouw kandidaatmol in het spel blijft, wil je absoluut de volgende aflevering weer zien om jouw theorie bevestigd te zien worden. Dit is ook de reden waarom bij een programma als Wie is de mol de formule ‘1 aflevering per week’ nog steeds werkt. Waar bijvoorbeeld Netflix alle afleveringen van een serie direct online gooit, zou dit bij Wie is de mol gelijk de spanning weghalen.

Het sociale component

Met miljoenen kijkers is de kans groot dat iemand tegen jou begint over Wie is de mol. Je wilt dan graag meepraten, maar dat kan alleen als je het programma ook kijkt. En je wilt wellicht ook jouw theorie toetsen aan de ander. Zit hij of zij op hetzelfde spoor of krijg je nog extra informatie die jou ook weer helpt bij het ontmaskeren bij de mol? Zo wordt het programma ook buiten de uitzending om ‘actief’.

Overige promotie

Tevens is de Avrotros sterk in het aanbieden van zoveel mogelijke extra’s rond de uitzendingen. Zo is er sinds vorige week al moltalk, waarin kandidaten en afleveringen worden besproken. Via een app kun je zelf meespelen en verdenkingen plaatsen. Er is een uitgebreid forum waar je alle tips en hints voorbij ziet komen. In de kranten verschijnen voortdurend interviews met kandidaten. In talkshows wordt er over het programma gepraat. Al deze vormen van communicatie zorgen ervoor dat het bijna onmogelijk is om niet over Wie is de mol te horen. Dat kweekt nieuwsgierigheid bij mensen die het programma niet kijken, zodat ook zij inschakelen voor een uitzending.

Het dilemma: hoe moeilijk maken de makers het?

Hoe groter de fanbase wordt van Wie is de mol, hoe sneller hints worden gevonden en dus de mol ontmaskerd zou kunnen worden. Dat brengt de makers van het programma in een lastige spagaat. Aan de ene kant wil je hints niet te complex maken, anders haken mensen af bij het raden van de mol. Aan de andere kant willen de makers zeker niet dat de mol binnen twee weken bekend is. Alleen als de juiste balans daarin gevonden wordt, kan het programma nog jaren meegaan. Aan media-aandacht, zowel offline als online is in ieder geval geen gebrek.

Meer weten over dit onderwerp of andere artikelen op deze site? Stuur me een mail.

Bronnen

Conway, J. C. & Rubin, A. M. (1991). Psychological predictors of television viewing motivation. Communication research, 18, 443-463.

Greenberg, B. S. (1974). Gratifications of television viewing and their correlates for British children. In J. G. Blumler & E. Katz (Eds.), The uses of mass Communications: Currect perspectives on gratification research (71-92). Beverly Hills: Sage.

Marc Wessels

Ik heb Communicatie- en Informatiewetenschappen gestudeerd met een specialisatie in bedrijfscommunicatie. Ik verzorgde eerder de marketingcommunicatie van het Taalcentrum-VU en werk tegenwoordig als communicatieadviseur bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Op deze blog vertaal ik als communicatiespecialist interessante en aansprekende communicatieonderwerpen van de theorie naar de praktijk.