Waarom ben ook jij voor een vuurwerkverbod?

Vuurwerkverbod

Afgelopen jaarwisseling waren er weer meldingen van honderden incidenten. Van hulpverleners die werden belaagd tot overvolle poli’s bij oogziekenhuizen. Om nog maar te zwijgen over de enorme schade die is aangericht door vuurwerkvandalen. Deze problemen maken dat steeds meer mensen een vuurwerkverbod steunen. Opvallend is dat de roep hierom dit jaar vele malen sterker lijkt dat eerdere jaren. Hoe komt dat eigenlijk? Waarom is nu zo’n grote groep voor een vuurwerkverbod?

Twee derde van de Nederlanders is voor een vuurwerkverbod

Afgelopen week verscheen een rapport van I&O Research waarin 65% van de Nederlanders voor een algeheel vuurwerkverbod is. Wat vooral opvalt is de stijging van afgelopen jaar. Was vorig jaar nog een helft van de Nederlanders voor een algeheel verbod, inmiddels is dat dus bijna twee derde. En ook het percentage dat het vuurwerk afsteken een mooie traditie vindt om te behouden is fors afgenomen. Hoe kan het dat er ineens zo’n grote omslag wordt gemaakt? Wat is er gebeurd zodat we nu massaal van het vuurwerk af willen in de huidige vorm?

Agenda setting speelt een belangrijke rol

Op 28 december 2019 zei minister Grapperhaus dat de jaarwisseling goed moest verlopen, want anders zou het snel klaar kunnen zijn met het vuurwerk. De toon was gezet, aangezien dit breed werd uitgemeten in de media. Vervolgens kwam het kabinet op 10 januari 2020 met de reactie: zo kan het niet langer. De media sprongen hier natuurlijk bovenop, waardoor er op televisie en internet voornamelijk gesproken wordt over ‘er moet iets veranderen’. In het nieuws hoor je voornamelijk de verhalen van slachtoffers en gewonden, waardoor je het idee krijgt dat het echt mis is. We hebben hier te maken met agenda setting.

Groepsdruk is een andere factor

Daarnaast hebben we bij het vuurwerkverbod te maken met groepsdruk. Vergelijk het een beetje met de publieke opinie over klimaatverandering. Was het vijf jaar geleden nog prima om even op en neer te vliegen naar Parijs, tegenwoordig moet je je verantwoorden als je in het vliegtuig stapt. Met het vuurwerkverbod geldt hetzelfde. Door de vele verhalen van slachtoffers of oogartsen in de media, vindt een steeds grotere groep dat vuurwerk voor consumenten verboden moet worden. Om je heen hoor je daardoor voortdurend dat het vuurwerkverbod een goed idee is. En het is een gegeven dat mensen voornamelijk meegaan met de massa, waardoor de kans groot is dat jouw mening aansluit bij de opvatting van de massa. Met als resultaat dat steeds meer mensen het vuurwerkverbod steunen.

Klassieke argumentatieleer

Hoe werkt dat dan precies? Als het gaat om argumentatie, blijkt dat we gevoelig zijn voor de macht der getallen. Een argument als hieronder vinden we sterk:

  • Als p dan q: als veel mensen het vuurwerkverbod goed vinden, dan is het een goed idee.
  • Voorwaarde (p): veel mensen moeten het vuurwerkverbod goed vinden.
  • Conclusie (q): het vuurwerkverbod is een goed idee.

Deze klassieke vorm van argumenteren werkt nog altijd goed. Hoe meer onafhankelijke bronnen worden aangevoerd ter ondersteuning van het standpunt, hoe aannemelijker we dit vinden. Vrij vertaald: hoe meer mensen tegen consumentenvuurwerk zijn, hoe meer we gaan geloven dat een verbod inderdaad een goed idee is.

Getallen en cijfers bij vuurwerkverbod

Naast agenda setting en groepsdruk speelt er nog een andere factor een rol rond het vuurwerkverbod. Het is een onderwerp waarbij je de argumenten moeilijk kunt weerleggen. Als je een oogarts op televisie hoort vertellen dat er tientallen mensen met letsel zijn na de jaarwisseling, kun je daar moeilijk van vinden dat vuurwerk geen probleem is. Als er miljoenenschade is na de jaarwisseling kun je moeilijk zeggen dat vuurwerk prima is. En als je hoort dat er honderden hulpverleners worden aangevallen, is het lastig om te zeggen dat vuurwerk behouden moet blijven. Ook hier geldt dat getallen en cijfers ijzersterk zijn. Zeker bij een onderwerp waar ook daadwerkelijk slachtoffers vallen en mensen worden aangevallen.

Marc Wessels

Ik heb Communicatie- en Informatiewetenschappen gestudeerd met een specialisatie in bedrijfscommunicatie. Ik verzorgde eerder de marketingcommunicatie van het Taalcentrum-VU en werk tegenwoordig als communicatieadviseur bij Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. Op deze blog vertaal ik als communicatiespecialist interessante en aansprekende communicatieonderwerpen van de theorie naar de praktijk.