Hoe herkennen we leugens? Via non-verbale communicatie of contextuele indicatoren?

Leugens herkennen

Liegen, we doen het allemaal wel eens. Soms gebruiken we een leugentje om bestwil, soms hebben we iets nodig of soms willen we de waarheid verbergen. Vrouwen liegen zo’n 3 keer per dag, mannen doen dit zelfs 6 keer. Maar hoe weten we of iemand liegt? Gebruiken we hiervoor vooral aanwijzingen in de non-verbale communicatie of hebben we juist meer aan contextuele informatie? Als communicatiespecialist leg ik het je uit aan de hand van een artikel van Masip en Herrero (2014).

Leugens herkennen via non-verbale communicatie

Vaak heeft een leugen geen grote gevolgen, maar in sommige situaties is het herkennen van leugens wel van groot belang. Bijvoorbeeld in misdaadzaken. Rechercheurs worden getraind in het herkennen van leugens en focussen zich daarbij vooral op non-verbale cues (aanwijzingen) die erop zouden moeten duiden dat iemand aan het liegen is. Denk daarbij aan het zenuwachtig heen en weer bewegen, zweten, ongeduldig zijn enzovoort. De vraag is echter of de focus op non-verbale cues de juiste methode is voor het herkennen van leugens.

Het wordt algemeen aangenomen dat non-verbale cues sterke indicatoren zijn voor het herkennen van leugens. Maar als dat zo zou zijn, dan zou iemand die getraind is in die non-verbale cues, zonder problemen leugens moeten kunnen herkennen (Masip & Herrero, 2014). Uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. Hartwig en Bond (2011) hebben aangetoond dat zelfs de meest betrouwbaar geachte non-verbale cues als leugenindicatoren, weinig relatie vertonen met het daadwerkelijk herkennen van leugens. Een programma als ‘Lie to me’ van RTL 4 is dus eigenlijk puur gokken. Toch is het voor rechercheurs, en ook voor de gewone man, weldegelijk mogelijk om leugens te herkennen. Hoe doen we dit dan?

Leugens herkennen via contextuele indicatoren

Voor een leugenaar is het niet altijd gemakkelijk om een consistent verhaal op te hangen. We kunnen de inconsistentie in een verhaal herkennen aan de hand van contextuele indicatoren. Dit zijn bijvoorbeeld de dingen die gezegd worden door een leugenaar en geverifieerd kunnen worden (Park, Levine, McCornack, Morrison & Ferrara, 2002). Maar het gaat bij contextuele indicatoren ook om kennis over het normale gedrag van een leugenaar of wat gewoonlijk is om te doen in een bepaalde situatie (Blair, Levine & Shaw, 2010). Laatstgenoemde onderzoekers verdelen de contextuele informatie in drie categorieën: contradicties (de informatie die aangeleverd wordt door een leugenaar wijkt af van de informatie die de onderzoeker al heeft), normatieve informatie (het normale gedrag van de leugenaar of algemeen geaccepteerd gedrag in een bepaalde situatie) en idiosyncratische informatie (het afwezig zijn van bepaald gedrag wanneer de verdachte bijvoorbeeld op vakantie is).

Park en anderen (2002) hebben laten zien dat de contextuele informatie een belangrijke rol speelt bij het herkennen van leugens. Zij constateren tevens dat het onderzoek dat aantoont dat non-verbale communicatie een belangrijke indicator is, allemaal in een laboratoriumsetting is uitgevoerd. Met als gevolg dat proefpersonen moesten inschatten of iemand liegt of niet, puur op basis van gedragsinformatie (non-verbale communicatie). De contextuele informatie ontbrak bij deze vorm van onderzoek.

Daarnaast kan het natuurlijk zo zijn dat we zelf denken dat we leugens herkennen op een andere manier dan dat we daadwerkelijk doen. Masip en Herrero (2014) onderzoeken dit bij agenten en rechercheurs in zowel professionele als privésituaties. Een ander deel van de participanten bestaat uit gewone burgers. Dit is gedaan omdat iedereen te maken krijgt met leugens in het leven, maar er mag verwacht worden dat politiepersoneel beter getraind is om leugens te herkennen.

We herkennen leugens anders dan we denken

De participanten moesten in een eerste vragenlijst aangeven hoe ze dachten leugens te herkennen. In een tweede vragenlijst werden de participanten gevraagd om een situatie te herinneren en op te schrijven waarin ze daadwerkelijk een leugen hadden ontdekt. Het politiepersoneel deed dit twee keer, één keer voor een leugen in de professionele context en één keer voor een leugen in de privésfeer.

Uit de resultaten blijkt dat zowel politiepersoneel als de gewone burgers aangaven dat leugens vooral herkend zouden worden op basis van gedragsaanwijzingen (non-verbale cues). Echter, uit de beschrijvingen van de participanten van situaties waarin ze een leugen herkend hadden, blijkt dat de contextuele indicatoren veel belangrijker waren dan gedragsaanwijzingen. Uit deze bevinding blijkt dat we leugens op een andere manier herkennen dan we zelf denken. Bijzonder is ook dat politiepersoneel zowel in professionele als privésituaties denken dat ze via gedragsaanwijzingen leugens herkennen, maar dit eigenlijk via contextuele indicatoren doen.

Een interessant verschil tussen het politiepersoneel en gewone burgers wil ik nog graag benoemen. Uit de resultaten blijkt dat politiepersoneel weldegelijk beter getraind is dan burgers in het herkennen van leugens. Als gevraagd wordt hoe zij leugens denken te herkennen, noemen agenten veel meer verschillende aanwijzingen op dan gewone burgers. Dat wil niet zeggen dat die veelvoud aan genoemde aanwijzingen leidt tot betere herkenning van leugens, maar wel dat politiepersoneel op meer verschillende zaken let dan gewone burgers.

Focus meer op contextuele informatie bij verhoor

De resultaten van Masip en Herrero (2014) zijn vooral belangrijk voor de professionele context. Het is van belang dat politiepersoneel bewust wordt gemaakt van het feit dat ze leugens op een andere manier herkennen dan dat ze zelf denken. Door dit te benadrukken, kan de nauwkeurigheid van het herkennen van leugens verhoogd worden en kunnen er meer bedriegers vervolgd worden. Door te beseffen dat gedragsaanwijzingen niet de belangrijkste leugenindicatoren zijn, kan de waarheid eerder achterhaald worden. Het verleggen van de focus kan namelijk voorkomen dat informatie die gewoon voor het oprapen ligt, contextuele informatie, over het hoofd wordt gezien.

Het is niet eenvoudig om zomaar onze manier van denken te veranderen. Toch zou het een gemiste kans zijn om dit niet te proberen als het gaat om het herkennen van leugens. Door simpelweg goed te luisteren kunnen we veel nauwkeuriger inschatten of iemand liegt of niet. Dit geldt niet alleen voor politiepersoneel, maar ook voor gewone burgers. Ook handig voor in de privésfeer.

Meer weten over dit onderwerp of andere artikelen op deze site? Stuur me een mail.

Bronnen

Blair, J. P., Levine, T. R. & Shaw, A. S. (2010). Content in context improves deception detection accuracy. Human Communication Research, 36, 423-442.

Hartwig, M. & Bond, C. F. (2011). Why do lie-catchers fail? A lens model meta-analysis of human lie judgements. Psychological Bulletin, 137, 643-659.

Masip, J. & Herrero, C. (2015). Police detection of deception: beliefs about behavioural cues to deception are strong even though contextual evidence is more useful. Journal of Communication, 65, 125-145.

Park, H. S., Levine, T. R., McCornack, S. A., Morrison, K. & Ferrara, S. (2002). Hoe people really detect lies. Communication Monographs, 69, 144-157.

Marc Wessels

Ik ben begonnen met de bachelor Communicatie- en Informatiewetenschappen aan de VU in Amsterdam. Om me meer te verdiepen in bedrijfscommunicatie heb ik de gelijknamige master gevolgd aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Daar heb ik ook mijn vaardigheden op het gebied van online communicatie en crisiscommunicatie ontwikkeld. Ik verzorg nu de marketingcommunicatie van het Taalcentrum-VU en op deze blog vertaal ik als communicatiespecialist interessante en aansprekende communicatieonderwerpen van de theorie naar de praktijk.

Een gedachte over “Hoe herkennen we leugens? Via non-verbale communicatie of contextuele indicatoren?

Reacties zijn gesloten.